De onbalans tussen werkgever en ondernemer: waarom het hedendaagse systeem MKB’ers tegenwerkt

De onbalans tussen werkgever en ondernemer: waarom het hedendaagse systeem MKB’ers tegenwerkt

Nederland draait voor een groot deel op zijn midden- en kleinbedrijf. Toch betaalt het MKB fors terug in ons economiebeeld: volgens een CBS-rapport uit 2023 leverden MKB-bedrijven nog slechts 31 % van het Nederlands bruto nationaal product, waar dat in 1996 nog 62 % was. Binnen de EU heeft Nederland zelfs het laagste aandeel BNP uit het MKB, zoals hier wordt toegelicht door MKB-expert Teun Vlastuin. Het is alsof de ‘motor van de economie’ wordt uitgeblazen terwijl multinationals domineren.

Precies deze motor – gevestigde MKB’ers zoals eenmanszaken en VOF’s – wordt door het huidige fiscale en financieel klimaat eerder ontmoedigd dan gesteund. De belastingdruk, regelgeving en financieringsproblemen vormen structurele remmen op groei.

Belastingkloven: winst belast vóór privé-onttrekking

In tegenstelling tot werknemers – die loonbelasting betalen als vooraf ingehouden bedrag – worden ondernemers belast over de volledige bruto winst uit hun onderneming. Dat geldt zelfs als ze die winst nog niet privé hebben ontvangen. Zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling beperken de druk enigszins, maar het belastingbedrag is effectief veel eerder opeisbaar en zwaarder dan bij werknemers. Bij hogere winsten kan de heffing richting 45–50 % gaan, alsnog zonder dat de ondernemer geld in eigen zak heeft.

De drempel naar de B.V.-structuur is voor veel MKB‑ers onbereikbaar: de oprichtingskosten, administratieve lasten en de fiscale eisen (zoals aanmerkelijk belang en dividendregels) maken de overstap risicovol en kostbaar. De ondernemer blijft dus ronddraaien in de éénmanszaak- of vof‑modus met alle fiscale nadelen van dien.

Liquiditeitsknelpunten & kredietbarrières

Omdat de belastingdienst aanslagen oplegt op boekenwinst — zonder rekening te houden met privé-opnames — komt liquide groei onder druk te staan. Ondernemers missen financiële ademruimte voor herinvestering of uitbreiding.

Daarnaast is bancaire krediettoegang voor gevestigde MKB’ers aanzienlijk moeilijker dan voor werknemers. Banken vragen gemiddelde winst over drie boekjaren om het toetsinkomen te bepalen. Kort gezegd: zonder constante, aantoonbare winst over meerdere jaren geen lening. Werknemers krijgen met hun loonstrook en intentieverklaring veel sneller hypotheekruimte toegekend. Zie ook: eigenhuis.nl en hypotheek.nl.

Ondernemerschap ontmoedigen: beleid en fiscale signalen

Hoewel overheid en organisaties als MKB‑Nederland pleiten voor betere faciliteiten, blijft de praktische uitvoering vaak gebrekkig. In een recente brief aan de Tweede Kamer wijzen MKB‑Nederland en VNO‑NCW op urgente knelpunten rond ruimte, regelgeving en fiscaliteit, met concrete voorstellen voor verbetering – maar de uitvoering laat te wensen over.

Ondertussen groeit de angst onder ondernemers dat Nederland minder aantrekkelijk wordt door de combinatie van winstbelasting zonder privérekening, financieringsproblemen, en bureaucratische lasten. Er zijn signalen dat ondernemers (of DGA’s in B.V.-vorm) overwegen naar het buitenland uit te wijken. Bij emigratie kijkt de Belastingdienst namelijk alsof een onderneming tegen marktprijs is verkocht en legt vervolgens een conserverende aanslag op — inclusief over stille reserves, pensioen of aanmerkelijk belang. Zie onder andere duijntax.com, Jongbloed Fiscaal Juristen en de officiële pagina van de Belastingdienst.

Waarom dit artikel ertoe doet

Gevestigde MKB’ers zijn de ruggengraat van de economie — maar worden systematisch gekortwiekt. Belastingheffing vóór privéonttrekking, te hoge drempels naar BV, beperkte krediettoegang en een regeldruk die groei belemmert: het zijn de kernpunten waarop het beleid faalt.

Het effect: gevestigde ondernemers blijven kleiner dan ze kunnen zijn. Investeringen worden uitgesteld. Groei wordt afgeremd. Potentiële innovatie en werkgelegenheid blijven uit. Ondernemers voelen zich belemmerd, niet gestimuleerd.

Conclusie & oproep

Werknemers en ondernemers balanceren niet op gelijk speelveld. Terwijl werknemers hun inkomen eenvoudig kunnen gebruiken én krediet kunnen aantrekken, wordt een ondernemer al belast op winst die hij nog niet in handen heeft. De stap naar BV-structuur is onaantrekkelijk en toegankelijkheid tot krediet blijft stroperig.

Dit vraagt om hervormingen: verlaag de fiscale drempel naar B.V.’s, pas belastingheffing aan op daadwerkelijke privéonttrekking, vereenvoudig hypotheek- en krediettoegang voor ondernemers en reduceer de regeldruk rond fiscale faciliteiten. Zolang de ondernemende klasse geen ruimte krijgt voor groei, blijft Nederland structureel kwetsbaar en loopt ze innovatie, werkgelegenheid en welvaart mis.


Reageren